2de plaats
Roos
Nu zij rijzig rank
de blaadjes ver gespreid
het zonlicht ontmoet
wil ik doden
wat ik liefheb
knippen 't leven zelf
ik voel een tinteling
in mijn bloed
een trilling in mijn hand.
Een bij zoemend
gonzend ronkend
nadert schaduwloos
de roos
raakt de blaadjes
vluchtig vliegend
knipoogt.
Buigend
snuivend de smeltende geur
van weemoed
droef
laat ik haar het leven
wetend
dat zij toch
eens sterven moet.
T. A.
Linter