Ontmoeting aan de andere kant (opgedragen aan mijn overleden grootouders)
Ik zie een man met witte haren.
Hij wandelt samen met een klein meisje,
door een veld geurende bloemen.
Midden in het veld staat een boom
met een bank eronder.
Hij zegt: "Zullen we samen
op de bank gaan zitten, want ik ben zo moe
van deze lange reis."
Zij zegt: “Ja, laten we daar geduldig wachten
op hen die we zo lief hebben."
Ze draaien zich nog éénmaal om, zwaaien naar mij
en fluisteren zacht,
"Tot Ziens"
Ik zie een man met witte haren.
Hij zit samen met een klein meisje
op een bank onder een boom.
Ze kijken naar de vlinders en de bijen
in het veld geurende bloemen.
Plots zegt het meisje:" Daar komt iemand,
daar komt iemand!"
Een oude dame met witte haren komt hun
richting uitgewandeld.
Het meisje springt van de bank en snelt
haar tegemoet. De oude man volgt haar.
Hij glimlacht, want hij kent de dame.
Hij geeft haar het mooiste geschenk
dat hij haar ooit kon geven. "een zoen".
Samen wandelen ze met z'n drieën
terug naar de bank.
Ze draaien zich nog éénmaal om,
wuiven naar mij en fluisteren zacht,
"Tot ziens"