Gemis (grootmoeders' huis)
Leeggehaald is dit huis van gemis.
Gemis van haar stem hakt een eenzaam
parcours in klikvast gelijmd laminaat.
Dolgedraaid ligt in de hoek van de kamer
tussen krant en kroonluchter het bidsnoer.
Hier het bidden geleerd een kerkstoel van biezen en eik
vingers gevlochten in kralen vochtig de kinderhandjes
verstrikt in een snoer van verdwalen.
Op tenen gaan staan om twee vingers water. Neerbuigen en
knielen. Niet opkijken! Nee! Ogen stijfdicht.
Knieën met rimpels van later.
Straks siert verkoeling de kerken klakken zwart laqué haar
schoenen vlechten vingers de kralen. Op tenen gaan staan om
twee vingers water. Niet opkijken! Nee!
Ogen stijfdicht.
Tussen krant en kroonluchter klinken zwart laqué haar
schoenen. Dolgedraaid haak ik me vast in het klikvast gelijmd
laminaat — weer vochtig de kinderhandjes —
haar stem te horen tussen missaal en gemis.
Oma