Emilia aan de piano
Zoals het licht het venster kleedt brokaat
in schuine val stelt zij zichzelf te kijk
doorschijnend haast met breekbaar silhouet
en aarzelend in groei. Porselein in lentejurk.
Beide benen dwalen af. De voeten werkloos
geen grond meer te betasten.
Haar meisjesvingers tikken tortels uit de
witte toetsen. Staccato huppend tussen riet in
speelse wind. Dunne woorden op de achter-
grond schrijven lijntjes op haar wang. Het
hoofd attent en licht gebogen naar haar
moeders kant.
Gewichtloos stijgt haar adem op. Een zucht
verdampt in het ontroerd salon. Ze zoekt
de maat weer op die uitgerekt en iel
met schouderknikjes aangedreven wordt.
Zo wordt zij weer zichzelf. Für Elise
ontraadseld tot in de laatste noot.
Ze buigt en breekt bijna
galant in twee.